We moeten stoppen met praten over ‘samenleven’. Ik kan veertig jaar bij mijn buurman wonen zonder te weten wie hij is, zonder te weten wat hij doet, zonder te weten wat hij denkt, en toch woon ik met hem samen.

De woorden “samenleven” moeten worden veranderd in “samenbouwen”. Als we gemeenschappelijke projecten hebben en als we samen een uitdaging aangaan, dan openbaart de ander zich aan mij, zoals hij is, als een partner die mij helpt de oplossing voor mijn probleem te vinden. Ik ben niet langer bang voor hem; integendeel, we komen dichterbij. Dit is wat Emmanuel Levinas ‘de openbaring van de ander’ noemt, de openbaring van de ander.

Als we radicalisering willen bestrijden, moeten we gemeenschappelijke projecten hebben, waarbij alle lagen van de samenleving moeten worden betrokken. We kunnen niet langer op het theoretische niveau blijven, we moeten doorgaan naar het praktische niveau, door gezamenlijke projecten voor te stellen, projecten te mobiliseren. Als we samenbouwen, kunnen we elkaar echt leren kennen en waarderen. Eenheid in meervoud: dit moet de boodschap zijn die Europa naar zijn burgers moet sturen.

Er zijn verschillende manieren om voor een zekere samenhang te zorgen: door geweld, door angst, door culturele verschillen te onderdrukken, door alle inwoners te dwingen zich aan normen te houden. Maar we kunnen ook een andere weg kiezen: de integriteit van veel verschillende culturen respecteren.

In een wereld van concurrentie moeten we de taal van samenwerking herstellen. We moeten ons concentreren op onze verantwoordelijkheden, vooral in deze tijd van crisis en pandemie. We moeten ook nadenken over wederkerigheid. Het laat ons allemaal begrijpen dat we anderen moeten respecteren als we willen dat ze ons respecteren, dat we de vrijheid van anderen moeten respecteren als we willen dat ze de onze eren. Vandaag en niet morgen. We moeten ons realiseren dat we een gemeenschappelijk lot delen.

(tekst gepubliceerd op 30 januari 2022)